Aanpak jeugdoverlast weinig effectief en weinig duurzaam

Door Ton van den Berg


bloemen op de plek waar Rinie Mulder in Ondiep overleed. Foto Ton van den Berg

Rinie Mulder is dood, maar er hadden al veel eerder dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Eind jaren negentig is de overlast van jongeren rond de Zwanenvechtlaan zo groot dat buurtbewoners zich gedwongen zien een burgerwacht op te richten. Tot grote escalaties leidt de situatie zich gelukkig niet en de vijandelijke sfeer wijzigt zich als burgemeester Opstelten extra politieagenten inzet (het zogeheten Asterix-team).

Er wordt een paar jaar later wel iemand zwaargewond als gevolg van de overlast van jongeren op het Nijenrodeplantsoen, verderop bij de Zwanenvechtlaan. Een oudere man wordt in de deur van zijn woning met een mes gestoken. De dader hoort bij een groep die in de buurt tot diep in de nacht voor overlast zorgt.

In de Betonbuurt zorgt lange tijd ook een groep jongeren voor veel overlast in de J.S. de Rijkstraat en omgeving. Enkele buurtbewoners worden bedreigd omdat zij de politie zouden bellen. Nadat door ingrijpen van de wijkagent er vorig jaar een einde leek te zijn gekomen aan de overlast was het vorige week helaas toch weer onrustig en moest de ME er zelfs aan te pas komen.

Een andere locatie waar buurtbewoners de afgelopen jaren spreken van ernstige overlast door jongeren is het Prins Bernardplein. Ook hier zijn de omstandigheden enkele keren zodanig dat de situatie uit de hand dreigt te lopen in conflicten met omwonenden.

Het zijn brandhaardjes die soms worden opgelost (jongeren rond het Prins Berhardplein begonnen een eigen jeugdhonk) maar telkens toch terugkeren. En dit is alleen nog maar in Utrecht-noord. Veel mensen zullen meer locaties in de hele stad kunnen noemen.
Mulder zag het bij hem voor de deur op de kruising met de Boerhaavelaan en de Thorbeckelaan fout gaan. Maar in Ondiep was het Boerhaaveplein tot voor kort veel beruchter. Ook hier moesten buurtbewoners ervaren dat het beter was hun gordijnen te sluiten uit angst voor represailles.

Opvallend bij de klachten van omwonenden is dat het niet alleen om rondhangende jongeren gaat, maar dat er ook altijd drugsdealers in de buurt zijn. Die ruiken blijkbaar een afzetgebied voor hun verslavende vergif.
Tegen de overlast is meestal weinig te doen. Het is niet verboden om op straat te staan. En als er niets gebeurt dat de wet verbiedt, staat een agent machteloos. Maar ondertussen ervaren buurtbewoners wel dat er van alles gebeurt: ronkende scooters tot diep in de nacht, ruiten die worden ingegooid, toename van inbraken in de buurt, het lastigvallen van mensen die passeren en de dreiging die uitgaat van het groepsvertoon. Wie zich ertegen verzet kan rekenen op represailles in de vorm van bedreigingen en vernielingen.

Sinds de Zwanenvechtlaan is duidelijk dat de politie, gemeente, welzijnswerk en buurtbewoners uit de hand gelopen overlast alleen met stevig ingrijpen echt te lijf kunnen gaan. Lik-op-stuk-beleid werpt dan z’n vruchten. Op lange termijn is het echter geen oplossing. De handhaving met extra agenten is (financieel) niet vol te houden en is maatschappelijk ook niet wenselijk.

De inzet van wijkagenten en jongerenwerkers die de overlastjeugd opzoeken en leren kennen, was de oplossing voor langere termijn. Maar de jongerenwerkers kwamen en gingen, de wijkagenten moesten opdraven in andere buurten of werden ziek. Aan goede samenwerking ontbrak het. In de Betonbuurt heeft die situatie zich enkele jaren voorgedaan en pas nadat een wijkagent er echt werk van maakte om de bestrijding van de overlast tot zijn prioriteit te maken zorgde dat voor een succes.

Het buurtje van Mulder kan de komende tijd rekenen op aandacht van de gemeente en politie en welzijnswerk. Maar de brandhaardjes, oude en nieuwe, zullen elders terugkeren zolang er geen vastomlijnd beleid is om sneller en preventiever op te treden tegen gevallen van jeugdoverlast. Politie, welzijnswerk, woningcorporaties en gemeente moeten weer zoals tien jaar geleden de inzet was, de samenwerking vinden. Niet in vele vergaderingen, maar door op straat te laten zien dat het anders moet en kan.

Misschien dat de jeugdwethouder Rinda den Besten er haar prioriteit van kan maken en zo te voorkomen dat buurtbewoners zich niet meer veilig voelen in hun eigen buurt en dat politieagenten op incidenten af moeten blijven komen die hoe dan ook toch een keer uit de hand lopen.



Inhoud