Het succes van Paradijs is de Chinees

Door Ton van den Berg


L.H. Kok en zijn vrouw in restaurant Paradijs (Foto Ton van den Berg)

L.H. Kok had het vijfentwintig jaar geleden niet durven dromen, dat het zijn chinees-restaurant Paradijs zo goed zou gaan. ,,Och, ik heb in die beginjaren zo vaak geprobeerd de zaak te verkopen, maar niemand wilde het hebben.’’ Nu wil Kok zijn restaurant op het Vredenburg voor geen goud meer kwijt. ,,De mensen komen hier graag. Het eten is goed, de prijs redelijk. Ik hoef ook niets te veranderen. Een wokrestaurant ervan maken? Waarom zou ik?!’’

Twee verkopers van kostuumspeciaalzaak Barsoi komen binnen voor een maaltijd tussen het werk door, ze passeren de tafel waaraan Kok zit: ,,Hallo ‘lopan’,’’ zegt er een. Kok glundert en mompelt een begroeting terug. ,,Hij zegt ‘hallo baas’,’’ verduidelijkt de restauranteigenaar.

De relatie van de ‘lopan’ met zijn gasten is meer dan goed. Ze kennen hem en hij kent zijn bezoekers: ,,Vijfennegentig procent van de mensen die hier komen is vaste klant.’’

Kok lacht. Daar heeft hij goede reden toe. Restaurant Paradijs viert dit jaar een jubileum want het is alweer een kwart eeuw geleden dat de toen 25-jarige Kok de zaak op het Vredenburg overnam van een neef. Die had weinig geluk gehad met het restaurant want na een jaar ging hij failliet. Kok en twee collega’s probeerden daarna een doorstart te maken:

,,Het was niet eenvoudig,’’ zegt Kok. ,,Er had een chinees-restaurant ingezeten, Tjong-Jong, dat een slecht imago had. Mijn neef kwam en bracht de naam Paradijs mee, in Rotterdam had hij ook een Paradijs, maar de Nederlanders liepen door, ook nadat ik het had overgenomen. Chinese mensen kwamen wel eten, die gebruikten vooral lunches, de dim-sum. Maar Nederlandse mensen kenden het niet.’’

Het was onvermijdelijk. Kok raakte ook in de financiële problemen, maar omdat niemand het restaurant wilde overnemen was hij wel gedwongen door te gaan. En het tij keerde ,,Heel langzaamaan kwamen er toch meer Nederlanders over de vloer. Mensen die op vakantie waren geweest in Azië begonnen te vragen naar de dim-sum.’’

Wie Paradijs ontdekte, vertelde aan jan-en-alleman door dat er in het restaurant vooral Chinezen kwamen eten. ‘Dan moet het wel een goede Chinees zijn’, was de algemene en onverbiddelijke conclusie. Het was de redding voor Paradijs. ,,Van de Chinese kaart zijn verschillende gerechten ook op de Nederlandse kaart gekomen, Nederlandse gasten wilden ook proeven wat de Chinezen eten.’’

Eend op z’n Kantonees, viskoppen, oesters, gestoomd vlees en vis, garnalen in zwarte bonensaus en bamiesoep verschenen op de kaart naast de traditionele nasi goreng en bapi pang gang. Nog steeds is er een aparte, roze gekleurde, kaart voor Chinezen. En nog steeds is het vooral ’s middags Chinees publiek dat in Paradijs komt eten. Ook voor de contacten, want het restaurant is dé ontmoetingsplaats voor Chinese families uit de hele regio. Een vaste klant is de eigenaar van Lai Sin, het veelgeroemde luxe-Chinees-restaurant in Driebergen, waar veel BN’ers neerstrijken.

Bij Paradijs strijken vooral BU’ers neer. Henk Westbroek noemt in interviews graag dat Paradijs ‘zijn beste chineees’ is en Anton Geesink lust veel van de Aziatische keuken. En ergens heeft Kok nog een foto liggen waarop hij staat met de Utrechtse cuisinier Frans Fagel. ,,Helaas is hij overleden.’’

We eten ‘kip van de chef’, gebakken garnalen en inktvis en een pittige Mongoolse biefsaté, dat Kok heeft laten aanrukken. Hij was vijftien jaar, vertelt hij, toen hij vanuit Maleisië naar Nederland kwam, een land ver weg waar nog veel meer mensen met de naam Kok bleken te wonen. Maar dat was de enige, toevallige, overeenkomst. ,,Nee, er zijn geen Hollandse voorouders.’’

Een broer van zijn vader had hem uitgenodigd naar Nederland te komen. ,,’Hier is werk’, had hij gezegd.’’ Kok dacht dat Nederland een buurland van Maleisië was, maar na meer dan achttien uur vliegen wist hij beter. ,,Ik werd kokshulp in Den Haag, veel schoonmaakwerk moest ik doen, maar ik leerde ook koken. Ook van een Indische vrouw die mij liet zien waaruit de Indische keuken bestaat.’’

Via een neef kwam Kok na een tijdje in een zaak in Boxmeer te hebben gewerkt, later in Paradijs terecht. ,,Het is heel spannend geweest toen. Vooral ook toen ik de zaak zelf heb overgenomen. Maar het is gelukt, de Nederlanders ontdekten dat we lekker eten te bieden hebben. Een groot feest? Daar durf ik niet aan te beginnen, want ik zou wel bijna duizend mensen moeten uitnodigen. Ik kan het niet maken, de ene klant wel en de andere niet uit te nodigen.’’



Inhoud