Monumentenwachters spil in behoud monumenten

Klauterend op zoek naar houtrot en lekkend zink - door Ton van den Berg


Directeur Van Dijk van de Monumentenwacht bekijkt een gevel. Foto Ton van den Berg

,,Ziet er niet slecht uit,’’ zegt Gert van den Berg. Hij zegt het voorzichtigjes want de medewerker van de Monumentenwacht Utrecht is nog maar net begonnen aan zijn bouwinspectie van de Silo Kerk, van de baptistengemeente Silo, in de Herenstraat. Twee jaar geleden maakte Van den Berg het eerste inspectierapport voor de kerk. Er waren nogal wat gebreken waaraan snel iets moest worden gedaan: ingerot houtwerk, muurlood dat gebreken vertoonde, een zinken vergaarbak voor hemelwater die aan vervanging toe was en verfwerk dat nodig herstel verdiende.

Het nodige herstel lijkt zo op het eerste oog goed te zijn uitgevoerd. Van den Berg klimt via een trap het dak op, voelt en klopt op houtwerk en tikt met een hamer op zinkbedekking. Waar het nodig is repareert hij een kleine breuk, want het blijft niet bij een inspectie alleen. Alles wind- en waterdicht maken, noemen ze dat bij de Monumentenwacht.

Een paar uur eerder zit Van den Berg nog met zijn vijftien andere collega’s nog in werkoverleg in het depot van de Monumentenwacht dat zich vlak naast Fort Lunetten onder een viaduct van de Waterlinieweg bevindt. Terwijl boven de auto’s hoorbaar passeren, bespreken de monumentenwachters onder meer de noodzaak om de inspectierapporten voortaan ook digitaal op te slaan in een database. Van den Berg meldt zich als vrijwilliger voor een project op dat gebied.

Na afloop van de bijeenkomst laat wachter Henri van Hoeijen het depot en de met van alle gemakken (inclusief een klein bureau om aan te werken) en materialen uitgeruste bussen van de Monumentenwacht zien. Onder het viaduct liggen stapels gietijzeren hekwerken, oude deuren, tallozen dakpannen en andere bouwfragmenten. ,,Dit komt allemaal van gesloopte gebouwen, maar het kunnen spullen zijn die mensen misschien nog goed kunnen gebruiken bij een restauratie,’’ legt Van Hoeijen uit.

In het depot staat ook een grote dak- en kerktorenconstructie. Daarop oefenen de wachters het klim- en klauterwerk dat ze moeten doen want voor hun werk komen ze via trapjes en smalle goten tot op duizelingwekkende hoogtes. Goed te zien zijn de haken op het dak waaraan de wachters zich voor hun eigen veiligheid met touwen vastbinden.

Bij het klim- en klauterwerk komt ook nog wel eens het abseilen kijken. Het mooiste voorbeeld is volgens Van Hoeijen de Domtoren die een paar jaar geleden nog op die wijze minuscuul gecontroleerd is op het voegwerk. Dat aan de Domtoren nu de galmborden rond de klokkentoren worden vervangen is een aanbeveling van de Monumentenwacht geweest: ,,Wij zagen hoe zwam het hout aantastte.’’

Bij de Silokerk legt Van den Berg uit dat een wachter op de plekken komt waar de eigenaar van een monument niet snel zelf zou komen. ,,We beginnen op het dak en struinen zo naar beneden toe, een heel pand af tot aan de funderingen toe. We zien plekken waar het soms bijna onmogelijk is om bij te komen als je niet de materialen hebt zoals wij. Daarnaast ook door onze deskundigheid en ervaring zien we wat de gebreken zijn, en kunnen daardoor tijdig waarschuwen of er herstel nodig is of niet.’’

En als er herstel is gepleegd kan de Monumentenwacht beoordelen of dat in orde is. Wachter Arnoud van Dam heeft dan ook een niet zo leuke mededeling voor de eigenaren van het Logegebouw van de Vrijmetselarij aan de Maliebaan. Het nieuw geplaatste zinken dak ziet er schitterend uit, maar de aanhechtingen zijn verkeerd aangebracht. ,,Zomers wordt zo’n dak behoorlijk warm en zet het uit, dan gaan de loden aanhechtingen vanzelf stuk.’’
In zijn rapport beveelt Van Dam een alternatieve constructie aan voor vastklinken van het zinken dak. Dat rapport kan de eigenaar gebruiken om zo aanspraak te doen op de bouwgarantie die hij nog heeft op het nieuwe dak.

,,We werken preventief,’’ zegt Monumentenwacht-directeur Wichert van Dijk. ,,Eigenaren van oude gebouwen zijn in staat door de inspecties maatregelen te nemen wat tot de instandhouding van de monumenten leidt. Mensen krijgen ook meer oog voor de waarde van hun bezit en het belang het erfgoed voor later goed te beheren.’’

Ook vanuit kostenoogpunt is de preventie belangrijk, zegt Van Dijk. ,,Gebreken verhelpen kan de kosten beperken. Als de schade groot is omdat er niet is ingegrepen moet er vaak veel meer betaald worden.’’

Van Dijk klimt ook de ladder op langs het Logegebouw. Wachter Van Dam heeft onder het nieuwe schilderwerk rottend houtwerk ontdekt. ,,Daar is overheen geschilderd,’’ zegt hij. Van Dijk voelt aan de plek. ,,Ja, dat is slecht uitgevoerd. Daar moet de eigenaar beslist werk van maken. Dit mag niet geaccepteerd worden.’



Inhoud