Een gouden eeuw Doustraat

Door Ton van den Berg


De Gerard Doustraat in de jaren twintig, met links het politiebureau. Foto Het Utrechts Archief

In de Gerard Doustraat in Utrecht-Oost zijn ze trots op hun straatje. Zo trots dat er een boek over is geschreven Over vijftig huizen die honderd jaar geleden werden gebouwd in een toen nog landelijke omgeving. De Rode Dominee, predikant Hugenholtz, woonde er in die vroege jaren. Later werd Dick Bruna in de straat geboren. Maar de meest intrigerende straatbewoonster was toch wel mevrouw Bosman-Golz.

Wat kenmerkend is aan de Gerard Doustraat in Utrecht-Oost? ,,Dat ze een voortuintje hebben!,’’ zegt Henk Ketner. ,,Elders in de buurt kom je dat bijna niet tegen.’’ Henk Ketner en zijn buurvrouw Joyce Pennings stelden het boek ‘de Gerard Doustraat 1907 – 2007’ samen. ,,Een ideetje dat geboren werd tijdens een van onze traditionele nieuwjaarsbijeenkomsten in de Gerard Doustraat,’’ legt Pennings uit.
Als de ‘archivarissen’ van de straat doken Pennings en Ketner (zoon van de voormalige rijksarchivaris Ketner) in de historische paperassen en ontdekten dat de gemeente Utrecht op 22 mei 1907 de naam van de Leidse schilder en Rembrandtleerling Gerard Dou aan de straat toekende. De Schildersbuurt was geboren en in 2007 had de straat zijn reden voor een eeuwfeest.
Tegenwoordig is het voor Utrecht-Oost begrippen een doorsnee straat. In de omringende straten zoals de Prins Hendriklaan staan grotere huizen. Maar met de Frans Halsstraat was de Gerard Doustraat wel de eerste straat met bebouwing in de buurt. ,,Ze werden gebouwd voor de gegoede burgerij,’’ vertelt Joyce Pennings. En Ketner vult aan: ,,We hebben op originele bouwtekeningen gezien dat er kamertjes apart waren voor dienstbodes.’’
Omdat andere woningbouwplannen in de buurt door allerlei omstandigheden (grondspeculatie, de Eerste Wereldoorlog) uitbleven lag de Gerard Doustraat er jarenlang geïsoleerd bij. Het buurtje lag in een uithoek die doodliep op het fort Vossegat (waar later de Kromhoutkazerne werd gebouwd).
Ketner zegt dat de aanleg van een weg (de latere Prins Hendriklaan) vanaf het Wilhelminapark naar de weg rond het Fort Vossegat, op aangeven van grondexploitant Roodvoets jr., de start was voor de bouw van de woningen. Klopt niet, zegt zijn co-auteur Pennings die het erop houdt dat de behoefte aan een politiebureau in de buurt de aanleiding was. Dat bureau kwam er in 1911 en deed nog dienst tot 1963 waarna de GG&GD er in trok, het wordt nu verbouwd tot een woning maar op de gevel is nog vaag te lezen ‘politie’.
Ketner en Pennings groeven niet alleen in archieven, maar ondervroegen ook buurtbewoners die er al jaren wonen. Zo weten we nu dat de Gerard Doustraat in de jaren zeventig en tachtig een groot D66-gehalte had. Met als meest bekende Joop Baars die bestuurslid was van D66 in Utrecht.
Pensionhoudster
Maar de meest opmerkelijke persoonlijkheid van de Gerard Doustraat was niet Dick Bruna (die vertrok na zijn tweede levensjaar alweer uit de straat), maar mevrouw Bosman-Golz. Via het boek wordt haar levensverhaal voor het eerst helemaal uit de doeken gedaan.
Deze van oorsprong Duitse vrouw kwam voor de Tweede Wereldoorlog in Utrecht als dienstbode werken. En precies in het jaar dat de oorlog begon, 1940, opende ze in de Gerard Doustraat een pension. Na de oorlog werd ze vanwege haar Duitse afkomst verdacht van heulen met de vijand, maar buren getuigden dat ze hadden gezien dat de pensionhoudster een aantal joden onderdak had verleend.
Later kocht Bosman-Golz het huis van de buren erbij en brak dat door. Volgens de overlevering zou ze zelf met een voorhamer een gat in de muur tussen de beide huizen hebben geslagen omdat de aannemer bang was dat hij iets illegaals deed.
Na de verbouwing bood haar pension onderdak aan de eerste gastarbeiders die naar Utrecht kwamen: Italianen, Grieken en Turken. Officieel waren er tien bedden, maar daarbij werd niet zo nauw gekeken hoe vaak ze beslapen werden. Hygiënisch was het ook niet zo goed geregeld, blijkt uit de archieven van de inspecteurs voor de gezondheidszorg, want het pension werd in de jaren zestig tijdelijk gesloten. In 1994 overleed Bosman-Golz en werd het pension gesloten en weer als twee huizen apart verkocht. In een ervan woont Ketner nu.
Begin juni wordt het eeuwfeest van de Gerard Doustraat gevierd. ,,De straat heeft weer een goede reden voor een feestje,’’ zegt Pennings. ,,De saamhorigheid is groot in de straat. In de jaren zeventig en tachtig zorgden jonge gezinnen voor de opvang van elkaars kinderen en gingen samen kamperen. Sommigen van hen doen dat nog steeds.’’
Het boek Gerard Doustraat, 1907 – 2007  is voor € 19,95 verkrijgbaar bij Het Utrechts Archief, Alexander Numankade 199 in Utrecht.



Inhoud