Wolfsen op stap in Utrecht

Door Ton van den Berg


Wolfsen tapt, onder leiding van Eddy Sterk, in Dikke Dries een biertje. Foto Ton van den Berg

Op bezoek in café Murk in het Ondiep krijgt Aleid Wolfsen al snel een advies: ,,’Recht is recht, weet wat je zegt, zeg nooit wat je weet’, dat zei mijn vader altijd en dat geldt voor u ook,’’ zegt de geboren Rode Brugger Frans Meijer. ,,Ik knoop het in mijn oren,’’ reageert Wolfsen. ,,Mooi,’’ zegt Meijer, ,,daar drinken we dan op.’’

Café Murk is de eerste stop voor Aleid Wolfsen, kandidaat-burgemeester, bij een avondje stappen in Utrechtse cafés. ,,Wordt u mijn baas?,’’ vraagt John Loffeld als Wolfsen aan zijn tafeltje komt zitten. ,,Misschien,’’ antwoordt Wolfsen, ,,als ik gekozen word.’’ Loffeld is stratenmaker bij de gemeente en rijdt op de zogeheten lapperswagen in de wijk Overvecht. ,,Ik ga niet stemmen,’’ zegt hij. ,,Ik ken die mannen die burgemeester willen worden helemaal niet.’’
Na zo’n tien minuten praten is Loffeld om: hij gaat stemmen en de keus valt op Wolfsen. Waarom? ,,Omdat ik die man nu ontmoet heb en met hem heb kunnen praten.’’
Loffeld is niet de enige tijdens de kroegtour die z’n standpunt over het referendum herziet. Het wordt zo’n beetje de rode draad van de avond. Wolfsen begrijpt het wel: ,,Op papier zien de mensen dat de kandidaten twee blanke mannen van middelbare leeftijd zijn, dan zegt iedereen: ‘wat hebben we te kiezen?’, maar Pans en ik zijn heel verschillende mensen en er valt daarom wel degelijk iets te kiezen.’’
Op naar het café de Witte Raaf aan de Amsterdamsestraatweg. Het PvdA-Tweede Kamerlid en ex-wethouder in Utrecht Hans Spekman moet aanbellen want de deur zit op slot. Een portier doet open en laat het gezelschap binnen. ,,De kroegen ingaan door de stad heen, dat deed ik ook toen ik voor het eerst in Utrecht kwam,’’ zegt Spekman. ,,Zo leer je de mensen en de stad het beste kennen. Je moet naar ze toe gaan en dat is ook waarom ik Wolfsen steun. Ik zie in hem iemand die dat blijft doen, ook nadat hij gekozen is.’’
Terwijl de balletjes gehakt en vlammetjes, bereid door gastvrouw Jacqueline, over tafel gaan, raakt Wolfsen met twee bezoekers in gesprek over stappen in Utrecht. Dat in de binnenstad de meeste cafés zich richten op het studentenpubliek, er zijn weinig echte volkskroegen over en daarom zoeken de Utrechters die veel vaker op in de buitenwijken.
Als het tijd wordt om af te rekenen geeft Wolfsen alvast een aantal bezoekers een hand. ,,Stemmen op die man!,’’ zegt barman Arnold. ,,En hou hem te vriend want anders laat ie de kroeg sluiten.’’
Een portier staat er ook voor de deur van de Ouwe Dikke Dries in Wijk C. Binnen is het nog niet druk en Wolfsen wordt door uitbater Eddy Sterk uitgenodigd een biertje te tappen. Dat lukt niet zo heel goed, maar er is een goed excuus, de druk op de leiding staat te hoog, erkent Sterk die even later de rijke geschiedenis vertelt van het legendarische café.
Een paar deuren verderop in de Willemstraat valt het gezelschap binnen bij café Zanzibar waar Marian en Henk al jarenlang de scepter zwaaien. Aan de bar wordt duidelijk dat de Willemstraat niet meer de straat van vroeger is. ,,Er is veel veranderd,’’ legt Marian uit. ,,Er wonen hier in de straat nog maar een paar echte Wijk C’ers. De meeste huizen zijn verbouwd tot studentenpanden. Daar wonen geen mensen die je gedag zwaaien, laat staan hier in het café komen.’’
Het is al middernacht geweest als Wolfsen café de Potdeksel aan het Lucasbolwerk binnenloopt. Spekman is doodmoe afgehaakt, maar niet zonder Wolfsen alvast voor te bereiden op Sjarrel en Sjaan. En dat zangduo zet tot de verrasssing van de burgemeesterskandidaat in de Potdeksel meteen een lied in. ,,Heel bijzonder,’’ stamelt Wolfsen. Na het korte optreden start Sjarrel meteen met lobbyen: ,,Beste meneer Wolfsen, denkt u er wel aan dat de gemeente steun moet blijven geven aan het smartlappenfestival, dat prachtige Utrechtse festival!’’\"\"
Tegen twee uur gaat de telefoon van Wolfsen. Het is zijn echtgenote die belt: waar blijf je?! ,,Dit wordt een scheiding,’’ zegt Wolfsen lachend en trekt z’n jas aan. ,,Ik had helemaal de tijd niet meer in de gaten. Ik moet gaan slapen want morgenochtend om half negen word ik verwacht bij het luiden van de Domklokken.’’ Sjarrel zwaait hem uit en zegt: ,,Ik was echt van plan niet te gaan stemmen, maar voor het smartlappenfestival moet ik nu wel.’’




Inhoud