Tegen je zestigste nog een keer vlammen!

Door Ton van den Berg


Ciel Heintz is de voormalige ‘mevrouw Heintz van de Nieuwegracht’. Foto’s Ton van den Berg

De journalist Ton van den Berg praat wekelijks met bekende en onbekende Utrechters in stad en regio. Dit keer met Ciel Heintz (58) die schrijft, schildert, beeldhouwt en meubels ontwerpt. Onlangs verscheen van haar hand het boek Koninginnenrit, een vervolg op het succesvolle Zadelpijn, dat zich grotendeels afspeelt in Utrecht.

Wat is de definitie van een ‘verwend nest’? Ciel Heintz zou dat wel eens willen weten. Zijn de vrouwen in haar boek Koninginnenrit verwende nesten? “Het is maar hoe je het bekijkt. Eigenlijk ben ik ook een verwend nest. Ik woon in een mooi huis en had daarvoor een mooi groot grachtenpand. Maar verwend of niet, het zijn allemaal vrouwen die hun eigen broek ophouden, die hard werken en meedoen aan de maatschappelijke ontwikkelingen! Wat is dus verwend?”
Enkele vrouwen in het boek wonen samen in een Utrechts grachtenpand dat ze het Verwende Nest noemen. Heintz had die naam al eens bedacht voor een bedrijfje dat ze oprichtte voor de verkoop van zelfontworpen meubelen. “Een leuke naam leek me dat want Nest staat dan voor huis. Het verwende huis, is het dus.”
Het Verwende Nest was ook de titel van het boek dat verscheen nadat Zadelpijn en Ander Damesleed een onverwacht groot succes was geworden. Heintz schreef de twee boeken met co-auteur Liesbeth van Erp. De trilogie is nu rond met Koninginnenrit en opnieuw staan de ambitieuze, stoere, onzekere, soms geile en jaloerse vriendinnen, die inmiddels tegen de zestig lopen en nog altijd een fietsclubje vormen, centraal en leeft de lezer mee met hun perikelen.
Koninginnenrit schreef Heintz alleen. Aan de keukentafel in haar woning aan het Pieterskerkhof vertelt ze dat haar co-auteur Liesbeth van Erp het veel te druk had met ander werk. “Maar Lies ging ermee akkoord dat ik het laatste deel alleen schreef. Ik schrijf het onder de naam Van Samsbeek en niet onder Liza van Samsbeek want dat is van ons beide. Liza is de naam van de schoonmoeder van Liesbeth en Van Samsbeek is de naam van mijn moeder.”
Het is volgens Heintz het laatste verhaal rond de in eerste instantie zeven vriendinnen (een van hen overlijdt in Zadelpijn aan eierstokkanker). “Ik heb het nu wel een beetje gehad met ze. Dit was hun Koninginnenrit. Het is in de wielertermen de meest uitdagende rit. Dat is ook het overdrachtelijke, het idee dat de vrouwen tegen de zestig zijn en het besef hebben dat als ze nog eens iets substantieels willen doen, dat nu moeten doen want over tien jaar lopen ze achter de rollators.”
Of het voor mij een koninginnenrit was? Ik heb er met genoegen aan geschreven, maar in zekere zin was het wel een koninginnenrit omdat ik aan deze alleen heb geschreven. Desondanks ging het vrij snel en gelukkig had ik in mijn huis in Spanje ook altijd wat verf en karton bij me want daarna wilde ik weer wat met mijn handen doen en dan ga ik wat ik noem macrameeën en sla aan het schilderen of maak kartonnen beelden. Maar ondertussen zit ik dan wel weer te denken aan een volgende roman.”

Alleskunner


Heintz is een alleskunner. Ze schrijft en schildert niet alleen, maar maakt ook beeldhouwwerken en gedichten. Een poef, bankje en tafel in de huiskamer herinneren nog aan de periode dat ze ook meubels ontwierp. “Als ik aan iets begon, geloofde ik daarin. Ik ging het doen en zag wel of het wel of niet lukte. Dat gold ook voor het schrijven. Voor de lol ben ik dat gaan doen. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n schrijfster en Liesbeth, die gynaecologe was ook niet. Zij zei: ik heb er niet voor doorgeleerd. Maar ik zei: Luistert!, we gaan het gewoon doen en we zien wel of we het kunnen of niet. Dat is mijn leidraad ook: Don’t roadblock yourself, probeer het maar gewoon.”
De basis voor Zadelpijn was de fietsclub waarvan Heintz en Van Erp deel uitmaken.
“De groep bestaat inmiddels twintig jaar en ik vond zo’n groep van goed opgeleide vrouwen wel een goed gegeven om een hedendaags beeld te schetsen van wat vrouwen, die toen nog circa 45 tot 50 jaar oud waren, denken en doen. Waarmee worstelen zij in hun combi van werk en gezin? De onderlinge machtstrijd die ze voeren, en binnen hun relaties de realiteit van het leven, inclusief vreemdgaan, verlaten worden, scheidingen, ziektes. Een caleidoscopisch beeld van vrouwen in die leeftijd.”
Het boek werd een succes. Er zijn inmiddels meer dan 170.000 stuks van verkocht en ook de opvolgers lopen als een trein. Koninginnenrit staat sinds de presentatie in juli al weken in de top-tien en de vijfde druk is al bijna uitverkocht. “Dat het zo’n succes zou worden, dat had ik niet kunnen bedenken. En toen kwam er ook nog de film van Zadelpijn, dat was helemaal kicken. Monique van de Ven, die een van de rollen
speelt, had al eerder laten weten iets met Zadelpijn te willen doen. Voor oudere actrices zijn er niet veel rollen. Voor de personage Hugo, een oudere acteur in het verhaal, hadden Lies en ik het beeld voor ons van het type Gijs Scholten van Aschat en... (Heintz schiet in de lach) die is het nog geworden ook in de film. Zoiets verzin je toch niet.”

Nieuwegracht

Heintz woont sinds 1990 in Utrecht. “Mijn man Peter werkte in Utrecht als hoogleraar en oncoloog bij het Academisch Ziekenhuis. Ik werkte in Noordwijk bij een managementadvies- en trainingsbureau. We woonden ook in Noordwijk en ik was nog nooit in Utrecht geweest toen mijn man zei dat hij het niet langer volhield om heen en weer te reizen. Hij is met een makelaar in de regio wezen kijken: Bosch en Duin, Huis ter Heide. Dat klonk mij allemaal te oprijlaanachtig en teveel bomen. Mijn twee dochters waren toen zestien en zeventien en ik dacht: dan moet ik ze in Utrecht in de kroeg komen ophalen. Dat wordt niks. Gelukkig had Peter ook een huis gezien aan de Nieuwegracht. Eigenlijk veel te groot, bijna 3000 kuub, maar nadat ik het zag heb ik gezegd dat hier mijn eigen bedrijf, een adviespraktijk op gebied van management en training kon beginnen.”
“Ik weet nog goed, de eerste keer dat ik in Utrecht kwam heeft Peter mij en de kinderen afgezet bij La Vie en zijn we langs de Oudegracht naar de Nieuwegracht gelopen. Onderweg zagen we rechts een geweldig mooi café, vonden wij. Dat was Oudaen en daar zaten op die zondagochtend mannen met sigaren de krant te lezen. Mijn kinderen vonden het helemaal top.”
“In het begin voelde ik me helemaal niet zo thuis in Utrecht.Wij kwamen uit het dorpse Noordwijk. Als je op vakantie ging zwaaiden de buren je uit. Dat was hier niet het geval. Ik was ook veel weg en zag niet veel mensen in de straat. Een paar jaar later kwam een buurvrouw aan de deur die zei dat ze een paar huizen verderop woonde en ik zei: Maar daar woont toch de familie Van Benthum? Bleken die mensen een paar jaar eerder al verhuisd te zijn.  Ik dacht: We doen iets niet goed en ben ik naar mijn buurvrouw Wilma  gegaan en heb met haar een feestje georganiseerd. Op de uitnodiging stond: ‘Alleen op de gracht, het Remi-gevoel’. Tussen twee bruggen hebben we de flyertjes op de bus gegaan. Stapels post kregen we terug en er kwam tachtig man naar het feestje op Nieuwegracht 44. Veel mensen van de gracht hebben elkaar daar voor het eerst ontmoet.”\"\"
“Vanaf die tijd was ik ‘mevrouw Heintz van de Nieuwegracht’ en toen in de Brigittenstraat een huis werd gekraakt, het pand waar later burgemeester Brouwer is gaan wonen, belden een paar mensen bij mij aan en die dachten dat mevrouw Heintz ook wel een anti-daklozencomité zou willen opzetten. Het was rond de kerst en het vroor buiten en ik dacht laat die daklozen maar lekker zitten en ging zeker geen actie ondernemen. Sterker nog, ik heb de rollen omgedraaid en ben naar de daklozen gegaan en met hen iets opgezet met hulp van Hubert Jan Henket, een bouwkundige, die ook op de Nieuwegracht woonde. We hebben toen de buurt uitgenodigd om oliebollen te komen eten bij de daklozen en ze zijn gekomen ook.”
Het grachtenhuis is verkocht want de adviespraktijk is gestopt en de kinderen het huis uit. Een kleiner, maar nog altijd ruim, pand aan het Pieterskerkhof is nu het onderkomen van Heintz. “Na al die jaren had ik het met de advies-praktijk wel gehad. Altijd vroeg opstaan en in driedelig grijs op stap met een koffertje naar Friesland of elders in het land. Leuk was het. Ik kon er mijn ideeën in kwijt. Ik verzin nog altijd bijna iedere dag weer iets anders. De Wijk dat Ben je Zelf, heb ik bedacht voor alle politieregio’s in het land. Ik vertaalde managementadviezen naar kinderen en ouders en ik heb seminars gehouden voor alle bekende voetbalcoaches onder de titel ‘Scoren begint tussen de Oren’. Later zag ik die titel overal terugkomen. Maar ik had genoeg van het adviseren en reizen en van huis weg zijn. Ik was beslist geen verwend nest. Wat wil ik nog doen?, dacht ik. En het was dat ik een roman wilde schrijven. En dat is wat ik ben gaan doen.”



Inhoud